Bron: klasse voor ouders 116
De zorgcoördinator is vaak een leerkracht. Hij helpt leerkrachten om leerproblemen bij leerlingen op te sporen, stippelt trajecten uit om die leerlingen te begeleiden, bewaakt en stuurt het zorgbeleid op school en is de schakel met het clb.
Bekijk een filmpje over zorgcoördinator Ann op www.klasse.be/ouders/tv
donderdag 9 oktober 2008
Moet de school beide ouders informeren?
Bron: Klasse voor ouders 116
"Ik lees in de agenda van mijn zoontjes dat er brieven zijn meegegeven tijdens hun 'papa-week'. Wat daarin staat kan ik alleen maar raden. Kan dat zomaar?" (Kristin A., alleenstaande mama)
De school mag er niet van uitgaan dat informatie automatisch beide ouders bereikt. Je kinderen hoeven ook niet als stipte postbode alle brieven te verdelen. De school zelf moet zo veel mogelijk informatie over schoolresultaten, oudercontacten, schoolfeesten enz… dubbel aanbieden. Alleen informatie die de school om praktische redenen niet aan elke ouder apart kan geven (zoals de schoolagenda) moet wel via de ene ouder bij de andere terechtkomen. Daarover maakt de school dan afspraken met beide ouders. Gescheiden of niet getrouwd, dat maakt niet uit. Als een ouder vraagt om de andere ouder niet in te lichten over het kind, mag de school daar niet op ingaan. Alleen ouders die 'ontzet zijn uit hun ouderlijke macht' hebben geen recht op informatie.Er zijn scholen die intensief mailen met de ouders of een beveiligd gedeelte van hun schoolwebsite voor alle partijen raadpleegbaar maken. Uitnodigingen en inschrijvingen voor oudercontacten, facturen, brieven of foto's komen zo makkelijk bij de beide ouders terecht.
"Ik lees in de agenda van mijn zoontjes dat er brieven zijn meegegeven tijdens hun 'papa-week'. Wat daarin staat kan ik alleen maar raden. Kan dat zomaar?" (Kristin A., alleenstaande mama)
De school mag er niet van uitgaan dat informatie automatisch beide ouders bereikt. Je kinderen hoeven ook niet als stipte postbode alle brieven te verdelen. De school zelf moet zo veel mogelijk informatie over schoolresultaten, oudercontacten, schoolfeesten enz… dubbel aanbieden. Alleen informatie die de school om praktische redenen niet aan elke ouder apart kan geven (zoals de schoolagenda) moet wel via de ene ouder bij de andere terechtkomen. Daarover maakt de school dan afspraken met beide ouders. Gescheiden of niet getrouwd, dat maakt niet uit. Als een ouder vraagt om de andere ouder niet in te lichten over het kind, mag de school daar niet op ingaan. Alleen ouders die 'ontzet zijn uit hun ouderlijke macht' hebben geen recht op informatie.Er zijn scholen die intensief mailen met de ouders of een beveiligd gedeelte van hun schoolwebsite voor alle partijen raadpleegbaar maken. Uitnodigingen en inschrijvingen voor oudercontacten, facturen, brieven of foto's komen zo makkelijk bij de beide ouders terecht.
Topthema: Leren leren: wie alles schrijft, leert sneller
Bron: Klasse voor ouders http://www.klasse.be/ouders/
De titel is... FOUT!
Elk kind heeft zijn eigen tempo en leerstijl. Sommige kinderen schrijven veel, andere lezen aandachtig. Een kind dat klakkeloos zijn les overschrijft, weet niet altijd waarover het gaat. Als je ziet dat je kind leest of schrijft zonder na te denken, stimuleer het dan om eens iets anders uit te proberen. Misschien lukt een combinatie van schrijven en navertellen? Leg je kind geen studiemethode op waar het zich niet goed bij voelt.
Leerstof onthoud je beter als je alles begrijpt. Dat klopt. Maar je vergeet het ook weer snel. De leerstof verdwijnt dan niet uit je brein, je kan er gewoon niet meer bij. Pas als je drie keer of meer hebt herhaald zit het vast opgeslagen. Herhalen = vergeten leerstof activeren. Laat je kind een schema maken, navertellen, vraagjes beantwoorden… Liever een paar keer kort herhalen met tussenpauzes dan één keer lang.
TIP van Sien “Een uur nadat ik mijn les heb geleerd, tover ik mijn mama om tot leerling die niets van de les begrijpt. Dan word ík juffrouw en leg de leerstof haarfijn uit. Tot alle vragen op zijn.”
“Nu al klaar? Dat kan niet” FOUT
Volg de klasagenda op. Wat moet je kind doen? Moet het vandaag wel huiswerk maken? Laat je kind niet te lang na elkaar studeren. Vier keer een kwartier is beter dan een uur aan een stuk. Een vol hoofd neemt geen leerstof meer op. Het schreeuwt om zuurstof. Kies voor een actieve pauze bv. buiten spelen, helpen koken… Vermijd een computerspel, lezen. Dat is extra vermoeiend voor je brein.
TIP van Sien “De kookwekker geeft aan wanneer het pauze is. Wat ik dan doe? Zingen en dansen. Daarna kan ik me beter concentreren! Voor het slapengaan ontspan ik met een boek. Dan nog lessen overlopen en herhalen doe ik niet. Daar word ik zenuwachtig van en dan kan ik niet slapen.”
STAP 2. Hoe ga ik dat aanpakken? Wat doe ik eerst? Wat dan? Hoeveel tijd heb ik nodig? Wat staat er op mijn planning? Hoeveel tijd heb ik?
De titel is... FOUT!Dit is Sien. Sien leert altijd en overal: thuis, op school, in de jeugdbeweging, op straat, voor de televisie of computer. Maar studeren vindt ze andere koek. Elke dag bestoken goedbedoelde opmerkingen haar hersenpan. “Eerst werken, dan spelen” “Ga boven studeren!” “Schrijf alles nog eens over!” Maar zijn die allemaal terecht?
"Eerst werken en dan spelen!” FOUT
Sommige kinderen moeten na een lange schooldag best even ontspannen. Met een goede planning laat je dat vrij (half)uurtje niet uitlopen. Een kind dat niet plant doet eerst wat het graag doet: computeren, tv-kijken… Huiswerk komt op de laatste plaats. Maak duidelijke afspraken die voor regelmaat zorgen. Schrijf ook leuke activiteiten op de planning. Zo weet je kind precies wat het wanneer kan verwachten.
TIP van Sien: “Op mijn planning kleur ik alles wat ik zéker moet doen rood, wat eventueel kan wachten geel en vrije tijd groen. Zo wissel ik leuke dingen af met minder leuke, moeilijke met makkelijke.”
"Je kan je les niet leren aan de keukentafel" FOUT
Sommige kinderen werken beter in een vertrouwde omgeving, als mama of papa in de buurt is, bv. in de keuken. Zorg dan wel voor rust in huis. Een luide tv, zus die een computerspel speelt, sms’jes… leiden je kind af. Onze hersenen kunnen al die impulsen niet aan. Probeer maar eens twee films tegelijk te volgen. Je onthoudt enkel de hoofdlijnen. Met huiswerk is het net zo. Maak duidelijke afspraken. Computer, gsm en televisie pas aan als alle huiswerk af is.
“Schrijf alles nog eens over en dan ken je’t wel” FOUT
Elk kind heeft zijn eigen tempo en leerstijl. Sommige kinderen schrijven veel, andere lezen aandachtig. Een kind dat klakkeloos zijn les overschrijft, weet niet altijd waarover het gaat. Als je ziet dat je kind leest of schrijft zonder na te denken, stimuleer het dan om eens iets anders uit te proberen. Misschien lukt een combinatie van schrijven en navertellen? Leg je kind geen studiemethode op waar het zich niet goed bij voelt.
“Ben je dat al vergeten? ’t Is omdat je’t niet begrepen hebt!” FOUT
Leerstof onthoud je beter als je alles begrijpt. Dat klopt. Maar je vergeet het ook weer snel. De leerstof verdwijnt dan niet uit je brein, je kan er gewoon niet meer bij. Pas als je drie keer of meer hebt herhaald zit het vast opgeslagen. Herhalen = vergeten leerstof activeren. Laat je kind een schema maken, navertellen, vraagjes beantwoorden… Liever een paar keer kort herhalen met tussenpauzes dan één keer lang.
TIP van Sien “Een uur nadat ik mijn les heb geleerd, tover ik mijn mama om tot leerling die niets van de les begrijpt. Dan word ík juffrouw en leg de leerstof haarfijn uit. Tot alle vragen op zijn.”
“Nu al klaar? Dat kan niet” FOUT
Volg de klasagenda op. Wat moet je kind doen? Moet het vandaag wel huiswerk maken? Laat je kind niet te lang na elkaar studeren. Vier keer een kwartier is beter dan een uur aan een stuk. Een vol hoofd neemt geen leerstof meer op. Het schreeuwt om zuurstof. Kies voor een actieve pauze bv. buiten spelen, helpen koken… Vermijd een computerspel, lezen. Dat is extra vermoeiend voor je brein.
TIP van Sien “De kookwekker geeft aan wanneer het pauze is. Wat ik dan doe? Zingen en dansen. Daarna kan ik me beter concentreren! Voor het slapengaan ontspan ik met een boek. Dan nog lessen overlopen en herhalen doe ik niet. Daar word ik zenuwachtig van en dan kan ik niet slapen.”
PRINT DIT LEER-STAPPENPLAN!
Je zoekt een stappenplan dat je kind zelfstandig leert leren, dat hem structuur biedt? Print deze figuurtjes en hang ze boven de studietafel.
Je zoekt een stappenplan dat je kind zelfstandig leert leren, dat hem structuur biedt? Print deze figuurtjes en hang ze boven de studietafel.
STAP 1. Wat moet ik precies doen, kennen, kunnen? Wat verwacht de juf, leraar, ouder?
STAP 2. Hoe ga ik dat aanpakken? Wat doe ik eerst? Wat dan? Hoeveel tijd heb ik nodig? Wat staat er op mijn planning? Hoeveel tijd heb ik?STAP 3. Ben ik goed bezig? Of begin ik ergens anders? Zoek ik eerst iets op van de vorige les? Neem ik even pauze?
STAP 4. Heb ik mijn taak goed uitgevoerd? Heb ik het goed aangepakt? Heb ik bereikt wat ik wilde? Kan ik het? Wat kan ik de volgende keer beter doen?
Bouw het stappenplan in alledaagse situaties in: tafel dekken, computerspel spelen, knutselen, boodschappenlijst opmaken. Zo maak je van je kind een echte probleemoplosser.
woensdag 8 oktober 2008
Hoeveel is 1 portie fruit en groente?
Bron: www.gezondheid.be
Volgens de aanbevelingen voor een gezonde voeding zouden we dagelijks minstens 2 porties groenten en 2 à 3 stukken/porties fruit moeten eten. Een portie betekent ongeveer 100 g.
Uit enquêtes blijkt dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen niet aan die aanbevolen hoeveelheden komen: minder dan 20% zou dagelijks 200 g groenten eten en ongeveer 20 % twee stuks fruit.
1 portie groenten staat ongeveer gelijk met:
• 100 ml, 1 pollepel of een half kommetje soep of groentensap;
• een tomaat,
• 1/4 komkommer,
• 1 courgette
• 3 à 4 lepels gekookte groenten zoals prinsessenbonen, bloemkool, wortels, broccoli, spinazie, asperges,...
• champignons (10 kleine),
• witlof (1 stronk),
Let op: aardappelen en gedroogde peulvruchten zijn rijk aan zetmeel en worden niet bij de porties groenten gerekend.
1 portie fruit staat ongeveer gelijk met:
• 3 mandarijntjes of 3 pruimen;
• 1/2 grote sinaasappel of 1 kleine sinaasappel of 1/2 pompelmoes;
• 1/2 kleine meloen;
• 1 appel of peer;
• 1 banaan;
• 1 perzik of 1 nectarine;
• 2 kiwi;
• 1 dozijn aardbeien (150 g);
• druiven: een trosje ter grootte van een tennisbal;
• 10 kersen;
• 100 ml of 1/2 glas fruitsap.
Vruchtendrank, vruchtennektar en dubbeldrank zijn niet hetzelfde als vruchtensap. Zij bevatten naast vruchtensap water en toegevoegde suiker. Daarom tellen deze dranken niet mee voor de fruitconsumptie.Groente uit de diepvries bevat nagenoeg evenveel vitamines als verse groente. Groente uit blik of pot bevat iets minder vitamines, maar vormt een goed alternatief. Vruchtensappen die van nature vitamine C en foliumzuur bevatten, kunnen als variant op vers fruit worden gebruikt, maar bevatten minder voedingsvezels. Daarom wordt aangeraden hooguit één stuk fruit te vervangen door sap. Vruchtensappen zoals appelsap en druivensap zijn niet geschikt om vers fruit te vervangen omdat ze geen vitamine C bevatten. Voor de hoeveelheid vitamine C maakt het overigens nauwelijks uit of het gaat om versgeperst sap, koelvers sap of sap uit concentraat.
Volgens de aanbevelingen voor een gezonde voeding zouden we dagelijks minstens 2 porties groenten en 2 à 3 stukken/porties fruit moeten eten. Een portie betekent ongeveer 100 g.
Uit enquêtes blijkt dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen niet aan die aanbevolen hoeveelheden komen: minder dan 20% zou dagelijks 200 g groenten eten en ongeveer 20 % twee stuks fruit.
1 portie groenten staat ongeveer gelijk met:
• 100 ml, 1 pollepel of een half kommetje soep of groentensap;
• een tomaat,
• 1/4 komkommer,
• 1 courgette
• 3 à 4 lepels gekookte groenten zoals prinsessenbonen, bloemkool, wortels, broccoli, spinazie, asperges,...
• champignons (10 kleine),
• witlof (1 stronk),
Let op: aardappelen en gedroogde peulvruchten zijn rijk aan zetmeel en worden niet bij de porties groenten gerekend.
1 portie fruit staat ongeveer gelijk met:
• 3 mandarijntjes of 3 pruimen;
• 1/2 grote sinaasappel of 1 kleine sinaasappel of 1/2 pompelmoes;
• 1/2 kleine meloen;
• 1 appel of peer;
• 1 banaan;
• 1 perzik of 1 nectarine;
• 2 kiwi;
• 1 dozijn aardbeien (150 g);
• druiven: een trosje ter grootte van een tennisbal;
• 10 kersen;
• 100 ml of 1/2 glas fruitsap.
Vruchtendrank, vruchtennektar en dubbeldrank zijn niet hetzelfde als vruchtensap. Zij bevatten naast vruchtensap water en toegevoegde suiker. Daarom tellen deze dranken niet mee voor de fruitconsumptie.Groente uit de diepvries bevat nagenoeg evenveel vitamines als verse groente. Groente uit blik of pot bevat iets minder vitamines, maar vormt een goed alternatief. Vruchtensappen die van nature vitamine C en foliumzuur bevatten, kunnen als variant op vers fruit worden gebruikt, maar bevatten minder voedingsvezels. Daarom wordt aangeraden hooguit één stuk fruit te vervangen door sap. Vruchtensappen zoals appelsap en druivensap zijn niet geschikt om vers fruit te vervangen omdat ze geen vitamine C bevatten. Voor de hoeveelheid vitamine C maakt het overigens nauwelijks uit of het gaat om versgeperst sap, koelvers sap of sap uit concentraat.
zondag 5 oktober 2008
Hoe kan ik zien of mijn leerlingen een goede werkhouding hebben?
Bron: http://www.gezondheid.be/
1. Een leerling heeft de juiste maat stoel als deze eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten terwijl de boven- en onderbenen een hoek van ongeveer 90 graden met elkaar maken.
2. Een leerling heeft een te hoge maat stoel als deze niet eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten. Gevolg: de voorkant van de stoelzitting drukt in de bovenbenen van de leerling, waardoor er een slechte doorbloeding van de onderbenen en voeten plaatsvindt. Bovendien wordt bij een te hoge stoel de lage rug onvoldoende door de leuning ondersteund. Dit leidt tot een vergrote kans op rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom. Tenslotte wordt de leerling in zijn bewegingsvrijheid belemmerd indien de bovenzijde van de rugleuning hoger is dan de onderkant van de schouderbladen.
3. Een leerling heeft een te lage maat stoel als deze eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten, maar de knieën naar boven wijzen en alleen de billen de zitting raken. Gevolg: er ontstaat een hoge druk onder de billen. Dit kan leiden tot pijn en een slechte doorbloeding. Bovendien wordt bij een te lage stoel de hoge rug onvoldoende door de leuning ondersteund, waardoor rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom kunnen ontstaan.
4. Een leerling heeft de juiste maat tafel als deze met de armen over elkaar dicht bij het lichaam op tafel kan steunen, terwijl de schouders ontspannen blijven.

5. Een leerling heeft een te hoge maat tafel als deze niet met de armen over elkaar dicht bij het lichaam op tafel kan steunen, terwijl de schouders ontspannen blijven. Gevolg: er is een verhoogde kans op klachten met betrekking tot schouders, rug en nek.
6. Een leerling heeft een te lage maat tafel als deze niet zonder voorover te buigen met de armen over elkaar op tafel kan steunen. Gevolg: door het kromtrekken van de rug ontstaat een vergroot risico op rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom.
Info: Technische Universiteit Delft www.io.tudelft.nl/research/ergonomics www2.nen.nl
1. Een leerling heeft de juiste maat stoel als deze eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten terwijl de boven- en onderbenen een hoek van ongeveer 90 graden met elkaar maken.
2. Een leerling heeft een te hoge maat stoel als deze niet eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten. Gevolg: de voorkant van de stoelzitting drukt in de bovenbenen van de leerling, waardoor er een slechte doorbloeding van de onderbenen en voeten plaatsvindt. Bovendien wordt bij een te hoge stoel de lage rug onvoldoende door de leuning ondersteund. Dit leidt tot een vergrote kans op rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom. Tenslotte wordt de leerling in zijn bewegingsvrijheid belemmerd indien de bovenzijde van de rugleuning hoger is dan de onderkant van de schouderbladen.
3. Een leerling heeft een te lage maat stoel als deze eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten, maar de knieën naar boven wijzen en alleen de billen de zitting raken. Gevolg: er ontstaat een hoge druk onder de billen. Dit kan leiden tot pijn en een slechte doorbloeding. Bovendien wordt bij een te lage stoel de hoge rug onvoldoende door de leuning ondersteund, waardoor rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom kunnen ontstaan.
4. Een leerling heeft de juiste maat tafel als deze met de armen over elkaar dicht bij het lichaam op tafel kan steunen, terwijl de schouders ontspannen blijven.

5. Een leerling heeft een te hoge maat tafel als deze niet met de armen over elkaar dicht bij het lichaam op tafel kan steunen, terwijl de schouders ontspannen blijven. Gevolg: er is een verhoogde kans op klachten met betrekking tot schouders, rug en nek.
6. Een leerling heeft een te lage maat tafel als deze niet zonder voorover te buigen met de armen over elkaar op tafel kan steunen. Gevolg: door het kromtrekken van de rug ontstaat een vergroot risico op rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom.
Info: Technische Universiteit Delft www.io.tudelft.nl/research/ergonomics www2.nen.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)

