dinsdag 16 december 2008

Herken de tekens van diabetes bij kinderen

Bron: www.gezondheid.be

Diabetes type 1 is één van de meest voorkomende chronische ziekten bij kinderen. Hierbij wordt onvoldoende insuline aangemaakt door een stoornis van de insuline producerende cellen van de alvleesklier of pancreas. Deze vorm van diabetes ontstaat meestal op jongere leeftijd (vóór 40 jaar). Type 1 diabetes ontwikkelt zich meestal over een korte periode. Bloedsuikerwaarden verhogen relatief snel en men ontwikkelt snel klachten. Het is zeer belangrijk dat het kind zo snel mogelijk een aangepaste behandeling krijgt.De eerste tekenen kunnen op elke leeftijd de kop opsteken, ook bij peuters en kleuters. De symptomen zijn voor kinderen en volwassenen hetzelfde. De tekens van diabetes zijn meestal vrij duidelijk. Het komt erop aan ze tijdig te herkennen en ze vooral niet te onderschatten. Een bloedanalyse waarbij het bloedsuikerspiegel (glykemie) wordt gemeten in nuchtere toestand, moet de diagnose bevestigen (of ontkrachten).

Alarmerende symptomen:
• vaak en veel moeten plassen;
• intense dorst, ook ’s nachts en dus ook veel drinken;
• abnormaal veel drinken
• vermageren zonder dat daarvoor een reden bestaat
• onverklaarbare vermoeidheid

De symptomen van diabetes zijn niet bij iedereen dezelfde en zijn ook niet altijd even intens.

Andere, veel ernstiger symptomen kunnen wijzen op een al langer bestaande diabetes:
• trage wondgenezing;
• verminderd gezichtsvermogen;
• kriebelingen of verminderde gevoeligheid in de voeten;
• herhaalde of moeilijk te behandelen urine- en huidinfecties

zie ook rubriek : diabetes

Partnerinfo : Diabetes opsporen

vrijdag 5 december 2008

Wie zoet is, krijgt lekkers

Bron http://www.gezondheid.be/

Of we het nu graag hebben of niet, maar bij Sint-Niklaas hoort meestal ook snoep. Snoep bevat suiker en dus calorieën en is bovendien slecht voor de tanden. ‘Gezond snoep’ moet nog uitgevonden worden, wat sommige reclames ook mogen beweren. Maar het ene snoep is slechter of minder goed dan het andere. Voor de tanden is het vooral belangrijk wanneer en hoe vaak wordt gesnoept.


Calorieën
Het meeste snoepgoed bevat relatief veel calorieën in de vorm van suiker en soms ook (verzadigd) vet, terwijl het weinig of geen andere voedingsstoffen aanbrengt. Men spreekt daarom ook wel van ‘lege’ calorieën. Die hebben we strict gezien niet nodig, maar af en toe een beetje, bv. met sinterklaas, is ook geen ramp. In onderstaande tabel geven we een paar voorbeelden van snoep en hun caloriegehalte. Voor kinderen tussen 4 en 13 jaar wordt 200 à 300 kcal per dag van dit soort extra’s (inclusief allerlei snacks, gebak, enz.) als maximum aanbevolen. Dit is een gemiddelde, dat betekent dat het aantal de ene dag wat hoger kan zijn dan de andere.

Kijk vlug op http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=5971&daginfo=p1544 om te weten te komen wat het caloriegehalte is van snoep!


Tanden

Het meeste snoep is slecht voor de tanden.

- Kies bij voorkeur suikerarm of suikervrij snoep
- kies geen snoep dat op de tanden blijft plakken (zoals toffees);
- Snoep waar je ‘heel’ lang mee doet (zoals lollies en zuurtjes) is ook minder geschikt. Hetzelfde geldt voor een rolletje of zakje snoepje waarvan het kind blijft eten.



Veel belangrijker dan het soort snoep is het aantal keer per dag dat je snoept. Telkens wanneer je suiker eet, treedt er een schadelijke zuurstoot op wardoor het tandglazuur tijdelijk zachter wordt. Indien dit vaak gebeurt met korte intervallen, waardoor het glazuur zich niet kan herstellen, wordt het tandglazuur op de duur aangetast en kan tanderosie optreden. Daarom eet je een snoepje best direct na de maaltijd. Je kan ook beter één keer 4 snoepjes geven in plaats van ieder uur een snoepje. Dit geldt overigens ook voor frisdranken, fruitsap, yoghurtdrankjes en andere zoete drankjes. En vergeet natuurlijk ook niet om tweemal per dag de tanden te poetsen, ’s ochtends na het ontbijt en ’s avonds voor het slapengaan.

Hoe kies je goed speelgoed?

Bron: www.gezondheid.be

Wat is ‘goed’ speelgoed?
Deze checklist garandeert je een (succes-)volle schoen.

1. Je kind vindt het plezant
Ligt het speelgoed binnen de interesses van je kind? Kies speelgoed dat het dichtst bij zijn karakter aansluit. Koop niet elke keer opnieuw puur educatieve spelen. Spelen moet spelen blijven, niet enkel leren. Iets wat het zelf echt graag wil, zal minder snel in de vergeethoek verdwijnen.

2. Je kind leert iets zonder het te beseffen
Spelend leert je kind sowieso nieuwe dingen. Door “grotemensensituaties” na te bootsen leeft het zich in in een andere rol. Het leert met geld omgaan (winkeltje spelen), waarom ouders streng zijn (met poppen spelen)… Bij een gezelschapsspel leert het zich aan de regels houden, strategieën bedenken en omgaan met winst en verlies. Bovendien is samen een spel spelen, een leuke manier om je kind aandacht te geven.

3. Je kind kan er op vele manieren mee spelen
Kan je kind nog ‘anders’ spelen met hetzelfde stuk speelgoed? Bv. kan het andere dingen bouwen met het Legopakket? Kan het nieuwe regels verzinnen om het spel boeiender te maken als het wat ouder wordt? Toon je kind andere mogelijkheden…

4. Het is op maat van je kind
Hou rekening met de ontwikkeling van je kind. Goed speelgoed ontmoedigt niet, maar is ook niet te eenvoudig. De leeftijdsaanduiding op de doos geeft je een idee. Forceer je kind nooit om een spel te spelen, met speelgoed te spelen waarvoor het nog te klein is. Kijk ook naar het karakter van je kind. Een bouwpakket met kleine stukjes heeft weinig zin als je kind weinig geduld heeft.

5. Het wekt nieuwsgierigheid op
Creëert het spel genoeg nieuwe impulsen? Kan je kind er zijn fantasie en creativiteit in kwijt of is na één keer de fun eraf? Vaak zijn de eenvoudigste stukken de uitdagendste. Denk maar aan een borstelstok. Je kan er mama mee nadoen, heks mee spelen, gitaar op spelen…

6. Het gaat lang mee
Niet alle speelgoed is even degelijk. Hou er rekening mee dat speelgoed vaak op de grond belandt, in dozen gegooid wordt… Je koopt dus best iets wat stevig en duurzaam is. Namaak is dat meestal niet. Koop je iets op batterijen, hou er dan rekening mee dat ook die batterijen veel geld kosten.

7. Het overstijgt trends en reclame
Een spel dat er in de reclamefilmpjes flitsend en fantastisch uitziet, stelt vaak teleur. Kiest je kind voor het spel zelf, of voor de reclame?

8. Het is veilig
Op alle speelgoed moeten de letters CE zijn aangebracht. Dat is een afkorting van Conformité Européenne. Alle landen van de EU moeten zich houden aan de Richtlijn voor Speelgoed. Als je CE ziet, is het speelgoed veilig! (Pas wel op voor inslikken, uitglijden, botsen, …) Pas op met speelgoed dat veel lawaai maakt. Daardoor kan je kind gehoorschade oplopen.

9. Er zit een gebruiksaanwijzing bij
Goed speelgoed komt altijd met een gebruiksaanwijzing in de doos. Daarin staat hoe je het speelgoed moet gebruiken, wat je beter niet doet en enkele veiligheidsvoorschriften. Lees die aandachtig.

10. Het allerleukste speelgoed ben jij!
Een spel dat jullie samen kunnen spelen, scoort altijd! Hoe je het ook draait of keert, een ouder blijft het leukste speelgoed! Misschien kan je daarom ook jouw gezelschap eens cadeau geven? Tijdens een uitstap, fietszoektocht of klimavontuur.


Bron: Klasse voor Ouders
www.speelgoedinfo.nl

donderdag 9 oktober 2008

Wat is een zorgcoördinator?

Bron: klasse voor ouders 116

De zorgcoördinator is vaak een leerkracht. Hij helpt leerkrachten om leerproblemen bij leerlingen op te sporen, stippelt trajecten uit om die leerlingen te begeleiden, bewaakt en stuurt het zorgbeleid op school en is de schakel met het clb.

Bekijk een filmpje over zorgcoördinator Ann op www.klasse.be/ouders/tv

Moet de school beide ouders informeren?

Bron: Klasse voor ouders 116

"Ik lees in de agenda van mijn zoontjes dat er brieven zijn meegegeven tijdens hun 'papa-week'. Wat daarin staat kan ik alleen maar raden. Kan dat zomaar?" (Kristin A., alleenstaande mama)

De school mag er niet van uitgaan dat informatie automatisch beide ouders bereikt. Je kinderen hoeven ook niet als stipte postbode alle brieven te verdelen. De school zelf moet zo veel mogelijk informatie over schoolresultaten, oudercontacten, schoolfeesten enz… dubbel aanbieden. Alleen informatie die de school om praktische redenen niet aan elke ouder apart kan geven (zoals de schoolagenda) moet wel via de ene ouder bij de andere terechtkomen. Daarover maakt de school dan afspraken met beide ouders. Gescheiden of niet getrouwd, dat maakt niet uit. Als een ouder vraagt om de andere ouder niet in te lichten over het kind, mag de school daar niet op ingaan. Alleen ouders die 'ontzet zijn uit hun ouderlijke macht' hebben geen recht op informatie.Er zijn scholen die intensief mailen met de ouders of een beveiligd gedeelte van hun schoolwebsite voor alle partijen raadpleegbaar maken. Uitnodigingen en inschrijvingen voor oudercontacten, facturen, brieven of foto's komen zo makkelijk bij de beide ouders terecht.

Topthema: Leren leren: wie alles schrijft, leert sneller

Bron: Klasse voor ouders http://www.klasse.be/ouders/

De titel is... FOUT!

Dit is Sien. Sien leert altijd en overal: thuis, op school, in de jeugdbeweging, op straat, voor de televisie of computer. Maar studeren vindt ze andere koek. Elke dag bestoken goedbedoelde opmerkingen haar hersenpan. “Eerst werken, dan spelen” “Ga boven studeren!” “Schrijf alles nog eens over!” Maar zijn die allemaal terecht?

"Eerst werken en dan spelen!” FOUT

Sommige kinderen moeten na een lange schooldag best even ontspannen. Met een goede planning laat je dat vrij (half)uurtje niet uitlopen. Een kind dat niet plant doet eerst wat het graag doet: computeren, tv-kijken… Huiswerk komt op de laatste plaats. Maak duidelijke afspraken die voor regelmaat zorgen. Schrijf ook leuke activiteiten op de planning. Zo weet je kind precies wat het wanneer kan verwachten.

TIP van Sien: “Op mijn planning kleur ik alles wat ik zéker moet doen rood, wat eventueel kan wachten geel en vrije tijd groen. Zo wissel ik leuke dingen af met minder leuke, moeilijke met makkelijke.”

"Je kan je les niet leren aan de keukentafel" FOUT

Sommige kinderen werken beter in een vertrouwde omgeving, als mama of papa in de buurt is, bv. in de keuken. Zorg dan wel voor rust in huis. Een luide tv, zus die een computerspel speelt, sms’jes… leiden je kind af. Onze hersenen kunnen al die impulsen niet aan. Probeer maar eens twee films tegelijk te volgen. Je onthoudt enkel de hoofdlijnen. Met huiswerk is het net zo. Maak duidelijke afspraken. Computer, gsm en televisie pas aan als alle huiswerk af is.


“Schrijf alles nog eens over en dan ken je’t wel” FOUT

Elk kind heeft zijn eigen tempo en leerstijl. Sommige kinderen schrijven veel, andere lezen aandachtig. Een kind dat klakkeloos zijn les overschrijft, weet niet altijd waarover het gaat. Als je ziet dat je kind leest of schrijft zonder na te denken, stimuleer het dan om eens iets anders uit te proberen. Misschien lukt een combinatie van schrijven en navertellen? Leg je kind geen studiemethode op waar het zich niet goed bij voelt.

“Ben je dat al vergeten? ’t Is omdat je’t niet begrepen hebt!” FOUT

Leerstof onthoud je beter als je alles begrijpt. Dat klopt. Maar je vergeet het ook weer snel. De leerstof verdwijnt dan niet uit je brein, je kan er gewoon niet meer bij. Pas als je drie keer of meer hebt herhaald zit het vast opgeslagen. Herhalen = vergeten leerstof activeren. Laat je kind een schema maken, navertellen, vraagjes beantwoorden… Liever een paar keer kort herhalen met tussenpauzes dan één keer lang.

TIP van Sien “Een uur nadat ik mijn les heb geleerd, tover ik mijn mama om tot leerling die niets van de les begrijpt. Dan word ík juffrouw en leg de leerstof haarfijn uit. Tot alle vragen op zijn.”

“Nu al klaar? Dat kan niet” FOUT

Volg de klasagenda op. Wat moet je kind doen? Moet het vandaag wel huiswerk maken? Laat je kind niet te lang na elkaar studeren. Vier keer een kwartier is beter dan een uur aan een stuk. Een vol hoofd neemt geen leerstof meer op. Het schreeuwt om zuurstof. Kies voor een actieve pauze bv. buiten spelen, helpen koken… Vermijd een computerspel, lezen. Dat is extra vermoeiend voor je brein.

TIP van Sien “De kookwekker geeft aan wanneer het pauze is. Wat ik dan doe? Zingen en dansen. Daarna kan ik me beter concentreren! Voor het slapengaan ontspan ik met een boek. Dan nog lessen overlopen en herhalen doe ik niet. Daar word ik zenuwachtig van en dan kan ik niet slapen.”

PRINT DIT LEER-STAPPENPLAN!
Je zoekt een stappenplan dat je kind zelfstandig leert leren, dat hem structuur biedt? Print deze figuurtjes en hang ze boven de studietafel.



STAP 1. Wat moet ik precies doen, kennen, kunnen? Wat verwacht de juf, leraar, ouder?





STAP 2. Hoe ga ik dat aanpakken? Wat doe ik eerst? Wat dan? Hoeveel tijd heb ik nodig? Wat staat er op mijn planning? Hoeveel tijd heb ik?



STAP 3. Ben ik goed bezig? Of begin ik ergens anders? Zoek ik eerst iets op van de vorige les? Neem ik even pauze?





STAP 4. Heb ik mijn taak goed uitgevoerd? Heb ik het goed aangepakt? Heb ik bereikt wat ik wilde? Kan ik het? Wat kan ik de volgende keer beter doen?



Bouw het stappenplan in alledaagse situaties in: tafel dekken, computerspel spelen, knutselen, boodschappenlijst opmaken. Zo maak je van je kind een echte probleemoplosser.

woensdag 8 oktober 2008

Hoeveel is 1 portie fruit en groente?

Bron: www.gezondheid.be

Volgens de aanbevelingen voor een gezonde voeding zouden we dagelijks minstens 2 porties groenten en 2 à 3 stukken/porties fruit moeten eten. Een portie betekent ongeveer 100 g.
Uit enquêtes blijkt dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen niet aan die aanbevolen hoeveelheden komen: minder dan 20% zou dagelijks 200 g groenten eten en ongeveer 20 % twee stuks fruit.

1 portie groenten staat ongeveer gelijk met:
• 100 ml, 1 pollepel of een half kommetje soep of groentensap;
• een tomaat,
• 1/4 komkommer,
• 1 courgette
• 3 à 4 lepels gekookte groenten zoals prinsessenbonen, bloemkool, wortels, broccoli, spinazie, asperges,...
• champignons (10 kleine),
• witlof (1 stronk),
Let op: aardappelen en gedroogde peulvruchten zijn rijk aan zetmeel en worden niet bij de porties groenten gerekend.

1 portie fruit staat ongeveer gelijk met:
• 3 mandarijntjes of 3 pruimen;
• 1/2 grote sinaasappel of 1 kleine sinaasappel of 1/2 pompelmoes;
• 1/2 kleine meloen;
• 1 appel of peer;
• 1 banaan;
• 1 perzik of 1 nectarine;
• 2 kiwi;
• 1 dozijn aardbeien (150 g);
• druiven: een trosje ter grootte van een tennisbal;
• 10 kersen;
• 100 ml of 1/2 glas fruitsap.

Vruchtendrank, vruchtennektar en dubbeldrank zijn niet hetzelfde als vruchtensap. Zij bevatten naast vruchtensap water en toegevoegde suiker. Daarom tellen deze dranken niet mee voor de fruitconsumptie.Groente uit de diepvries bevat nagenoeg evenveel vitamines als verse groente. Groente uit blik of pot bevat iets minder vitamines, maar vormt een goed alternatief. Vruchtensappen die van nature vitamine C en foliumzuur bevatten, kunnen als variant op vers fruit worden gebruikt, maar bevatten minder voedingsvezels. Daarom wordt aangeraden hooguit één stuk fruit te vervangen door sap. Vruchtensappen zoals appelsap en druivensap zijn niet geschikt om vers fruit te vervangen omdat ze geen vitamine C bevatten. Voor de hoeveelheid vitamine C maakt het overigens nauwelijks uit of het gaat om versgeperst sap, koelvers sap of sap uit concentraat.

zondag 5 oktober 2008

Hoe kan ik zien of mijn leerlingen een goede werkhouding hebben?

Bron: http://www.gezondheid.be/

1. Een leerling heeft de juiste maat stoel als deze eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten terwijl de boven- en onderbenen een hoek van ongeveer 90 graden met elkaar maken.

2. Een leerling heeft een te hoge maat stoel als deze niet eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten. Gevolg: de voorkant van de stoelzitting drukt in de bovenbenen van de leerling, waardoor er een slechte doorbloeding van de onderbenen en voeten plaatsvindt. Bovendien wordt bij een te hoge stoel de lage rug onvoldoende door de leuning ondersteund. Dit leidt tot een vergrote kans op rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom. Tenslotte wordt de leerling in zijn bewegingsvrijheid belemmerd indien de bovenzijde van de rugleuning hoger is dan de onderkant van de schouderbladen.

3. Een leerling heeft een te lage maat stoel als deze eenvoudig met de voeten plat op de grond kan zitten, maar de knieën naar boven wijzen en alleen de billen de zitting raken. Gevolg: er ontstaat een hoge druk onder de billen. Dit kan leiden tot pijn en een slechte doorbloeding. Bovendien wordt bij een te lage stoel de hoge rug onvoldoende door de leuning ondersteund, waardoor rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom kunnen ontstaan.

4. Een leerling heeft de juiste maat tafel als deze met de armen over elkaar dicht bij het lichaam op tafel kan steunen, terwijl de schouders ontspannen blijven.

5. Een leerling heeft een te hoge maat tafel als deze niet met de armen over elkaar dicht bij het lichaam op tafel kan steunen, terwijl de schouders ontspannen blijven. Gevolg: er is een verhoogde kans op klachten met betrekking tot schouders, rug en nek.

6. Een leerling heeft een te lage maat tafel als deze niet zonder voorover te buigen met de armen over elkaar op tafel kan steunen. Gevolg: door het kromtrekken van de rug ontstaat een vergroot risico op rugklachten en zelfs vergroeiing van de wervelkolom.


Info: Technische Universiteit Delft www.io.tudelft.nl/research/ergonomics www2.nen.nl

dinsdag 16 september 2008

Hoe vermijdt u luizen?



Luizen vermijden bij schoolgaande kinderen is niet gemakkelijk.

Luizen kunnen in tegenstelling tot vlooien niet springen, en worden alleen doorgegeven door rechtstreeks persoonlijk contact. U kan proberen om ze te voorkomen en alleszins om verdere verspreiding tegen te gaan.

- Indien luizen worden gesignaleerd, controleer dan bij iedereen in huis of ze luizen hebben (en vergeet uzelf niet!) met de nat-kam test of met een luizenkam (verkrijgbaar in de supermarkt, de apotheek).

- Verwittig de school of het kinderdagverblijf als uw kind luizen heeft. Omgekeerd, moet de school de ouders verwittigen als er in de klas luizen worden vastgesteld.

- Behandel iedereen met luizen of levensvatbare neten tegelijk met een hoofdluisbestrijdingsmiddel of met de nat-kam methode. Als slechts één kind behandeld wordt, terwijl nog een broer, zus of ouder luizen heeft, zal het kind in een mum van tijd opnieuw positief zijn. Wie geen luizen heeft, moet niet behandeld worden.

- Controleer het haar na behandeling gedurende 14 dagen. Herhaal de behandeling altijd en zeker nog een keer extra als de luizen terugkomen.

- Gebruik niet elkaars muts, pet, sjaal, das, haarspeldjes, borstel en kam, enz.- Hang jassen en dergelijke (indien mogelijk) niet te dicht bij elkaar.

- In tegenstelling tot wat vaak wordt aangeraden, is het niet bewezen dat het zo warm mogelijk wassen van het beddengoed of kleren nuttig is. Dat hoeft dan ook niet te gebeuren.- Meubels met een insecticidenspray behandelen is totaal overbodig. De luizen die u ziet op stoelen, hoofdkussens en hoeden zijn dode, zieke of overjarige exemplaren.

- Kammen, borstels, speldjes, enz. een halve minuut onderdompelen in water van 60°C of een uur in een alcoholische oplossing leggen. Speciale ontsmettingsmiddelen of insecticiden zijn niet nodig.

- Luizenshampoos en dergelijke hebben geen enkel preventief effect. Het is dus totaal zinloos om de haren preventief te wassen met een anti-luizenshampoo. Integendeel, de actieve stoffen kunnen de hoofdhuid irriteren en jeuk veroorzaken die ouders in een nieuwe luizeninvasie doet geloven.

zondag 14 september 2008

Hoe spoort u luizen op?

Bron: www.gezondheid.be

Indien u vermoedt dat uw kind luizen heeft of wanneer er luizen zijn gesignaleerd op school, dan moet u weten hoe u ze moet opsporen.

Er bestaan drie methoden.

1. visuele inspectie
Met de vingers worden de haren van elkaar gescheiden en systematisch doorzocht op de aanwezigheid van luizen. Luizen zijn op deze manier heel moeilijk op te sporen omdat:* de meeste kinderen slechts een beperkt aantal luizen hebben. (1 à 10 luizen per hoofd);* de donkere luizen weinig opvallen in donker haar;* luizen heel snel weglopen bij elke bedreiging (ze zijn lichtschuw).Met de visuele inspectie zullen dus heel wat luizen onopgemerkt blijven.

2. Inspectie met een luizenkam
Met de klassieke luizenkam kunt u de haren systematisch kammen, van de haarwortel tot de haarpunt. Indien uw kind luizen heeft, dan worden ze door de kam uit het haar geplukt.Met deze methode vindt u vier keer meer luizen dan met de visuele inspectie.

3. De nat-kam-test
Bij de nat-kam-test wordt naast een klassieke luizenkam ook gebruik gemaakt van water en conditioner (= balsem, crèmespoeling). Die bijkomende middelen maken deze test veel efficiënter dan de visuele inspectie.

Het kind zit voorovergebogen.
* Maak het haar zeer nat.
* Breng veel conditioner op het haar aan (gewoon instrijken, niet draaien)
* Kam met een gewone kam van achter naar voor tot er geen knopen meer in het haar zitten.
* Kam met een luizenkam van achter naar voor (dus van de nek naar het voorhoofd). Kam tegen de schedelhuid aan (richting: start aan het ene oor en schuif na elke kambeweging een stukje op tot u bij het andere oor komt)
* Veeg de kam na elke kambeweging af aan keukenpapier en controleer op luizen.
* Zitten er luizen in de kam, verwijder ze dan met een tandenstoker.

Het kind gaat nu rechtop zitten
Spoel de conditioner uit het haar. Laat het haar zeer nat. Hoe natter hoe beter.
* Kam met een gewone kam van voor naar achter.
* Kam met een luizenkam van voor naar achter (dus van het voorhoofd naar de nek), start aan het ene oor en schuif na elke kambeweging een stukje op tot u bij het andere oor komt.
* Veeg de kam na elke kambeweging af aan het keukenpapier en controleer op luizen.
* Leg de kam na behandeling minstens 30 minuten in ontsmettingsmiddel.

Meer info: www.zorg-en-gezondheid.be

zaterdag 6 september 2008

Ziek en toch naar school

Kinderen die weken- of maandenlang ziek zijn kunnen ook dit schooljaar terecht bij Bednet. Vanaf september 2008 start Bednet opnieuw met afstandsonderwijs. Jaarlijks moeten meer dan tweeduizend jongeren tussen 6 en 18 langer dan een maand herstellen van een operatie, een ziekte of een ongeval. Daardoor kunnen ze niet naar school. In grotere ziekenhuizen is dat geen onoverkomelijk probleem. Daar zijn er goed werkende ziekenhuisscholen. Veel moeilijker wordt het wanneer langdurig zieke kinderen thuis moeten revalideren . Wettelijk hebben leerlingen uit het lager en secundair onderwijs recht op tijdelijk onderricht aan huis na een ononderbroken periode van afwezigheid van 21 kalenderdagen. Die regel blijkt in de praktijk niet altijd realiseerbaar. Daarom creëert Bednet een virtuele schoolomgeving op het internet voor langdurig en chronisch zieke kinderen tussen zes en achttien jaar. Zo kunnen ze tijdens hun afwezigheid de lessen volgen en hun leerachterstand blijft beperkt. Via webcam en chat houden ze contact met hun klasgenootjes, doen ze mee aan groepsopdrachten en zelfs proeven in het labo. De leerkracht kan van in de klas testen of ander materiaal inscannen. Dit kan automatisch uit de printer van de zieke leerling thuis komen, of bewaard worden om later te raadplegen. Tijdens het project voorziet Bednet persoonlijke begeleiding voor het kind en zijn ouders, de leerkrachten, klasgenoten.Een Bednetproject kan worden opgestart voor alle langdurig en chronisch zieke kinderen en jongeren tussen 6 en 18 jaar die ingeschreven zijn in een school in Vlaanderen, die door ernstige ziekte of ongeval chronisch of cyclisch afwezig moeten zijn op school en die thuis, in een hospitaal of revalidatiecentrum verblijven. Er kan op om het even welk moment van het schooljaar een aanvraag ingediend worden. Al het technische materiaal - webcam, laptop, ... - kan van Bednet geleend worden. Het enige materiaal waar men zelf voor moet zorgen, zijn de boeken en schriften die het kind nodig heeft om de les te volgen. Bednet voor de deelnemende kinderen en scholen gratis.


Info: Bednet vzwBondgenotenlaan 134 / 4, 3000 Leuven016/20 40 45,
Bron: www.gezondheid.be

vrijdag 5 september 2008

Boekentas: maximaal 10procent van het lichaamgewicht

Op http://www.gezondheid.be/ vonden wij een interessant artikel dat zeker nu, bij de start van het nieuwe schooljaar, het lezen waard is.


Boekentas: maximaal 10 procent van het lichaamgewicht


In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, is het niet bewezen dat rugklachten bij schoolgaande kinderen veroorzaakt worden door een te zware boekentas. Wellicht spelen een gebrek aan beweging en onaangepast schoolmeubilair een veel belangrijker rol. Dat betekent evenwel niet dat te zware boekentassen een goede zaak zijn. - Algemeen wordt aangeraden dat een boekentas maximaal 10% van het lichaamgewicht zou mogen wegen. Voor een kind van 35 kg betekent dat dus max. 3,5 kg. - U kunt het gewicht van de tas beperken door overbodige dingen zoveel mogelijk thuis of op school te laten; De leerkracht maakt duidelijke afspraken over mee te nemen boeken; De school voorziet voldoende opbergruimte voor boeken en naslagwerken in het klaslokaal.- Een rugzak is minder belastend dan een schoudertas of boekentas. Nog beter is een dubbelzak waarbij de helft vooraan en de helft achteraan wordt gedragen;- Gebruik een rugzak met een verstevigde rug en compartimenten;- Gebruik bij voorkeur een tas met twee brede, verstelbare banden zodat de tas niet te laag hangt en tegen uw rug rust;- Draag je rugzak altijd over beide schouders, dus niet over één schouder;- Steek de zwaarste spullen het dichtst tegen de rug; - draag een zware tas zo min mogelijk: zet ze zoveel mogelijk op de grond en laat ze in de pauze staan;- fietsende leerlingen binden hun boekentas het best vast op de bagagedrager; - til altijd met gebogen knieën. Het beste is dat u een zware rugtas eerst op de tafel zet en daarna op de rug tilt- U kunt het gewicht over twee (gelijkwaardige) tassen verdelen zodat je symmetrisch kunt tillen.

donderdag 26 juni 2008

Van bezorgd naar verzorgd ...

Van bezorgd naar verzorgd....

Beste Directeur Verstappen,
Lerarenkorps
Meester Steven
Juf Lutgarde
Meester André

Nu het de voorlaatste dag van het schooljaar is , wil ik als ouders van Jente een woord van dank richten.
Om dit te kunnen plaatsen , zal ik even toelichten hoe wij op 1 jaar echte Zeppelin-fans zijn geworden.

Onze zoon zat in het 4de leerjaar op een school te Linkeroever. Onze zoon gaf te kennen , dat hij niet meer graag naar school ging en dit als " saai" bestempelde.
Deze desinteresse mondde uit in een sociaal isolement. Hij voelde zich niet begrepen en op dat moment hebben wij ingegrepen. Wij lieten hem testen bij het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (Stedelijk onderwijs)en daar bleek dat hij meerbegaafd was. Toen mijn vrouw en ik de cijfers bekeken , zaten er geweldige verschillen in de diverse resultaten. Wij vroegen meer uitleg , maar kregen geen duidelijk antwoord.

Onze zoektocht was begonnen !!

Op internet kwamen we steeds de naam Professor Tessa Kieboom tegen. Wij herkenden de verhalen die zij neerschreef in haar boek. Daarop besloten wij om een antwoord te zoeken op onze vragen.

Bij de Professor

Onmiddellijk viel ons op dat de communicatie met onze zoon , die ondertussen volledig in zichzelf gekeerd was vlot ging. Zij bekeek de cijfers en vond de discrepantie van de onderzochte cijfers "uitzonderlijk". Daarop besloten wij de test bij het "centrum voor hoogbegaafdheid" te herdoen.
De uitkomst was ... inderdaad bevestiging, dat we hier te maken hadden met een hoogbegaafd kind.

De zoektocht naar een nieuwe school werd ingezet

Na een resem van scholen bezocht te hebben, hadden we Jente ingeschreven in een andere school waar ze ook een kangoeroeklas hadden. Toch was er twijfel en vroegen we raad aan de Professor. Deze merkte op dat onze zoon de depressieve richting uitging en we er zeker van moesten zijn dat er "zorg" aanwezig moest zijn. Uiteindelijk op de vrouw af gevraagd, zei ze : "ga eens een kijkje nemen in Haasdonk".

Op weg naar Haasdonk

De eerste stap over de drempel van de Zeppelin was gezet. We voelden direct dat Directeur Verstappen bekend was met de materie waar wij mee te kampen hadden. Wij waren zo "gepakt" door de rust. Eindelijk een man die ons begreep.
Het enthousiasme van Meester Steven bleef nazinderen in onze hoofden bij de trip terug naar Linkeroever.
Elke dag naar Haasdonk rijden was niet moeilijk. Maar terugrijden naar het werk in Antwerpen, dat was een probleem !! Sluipwegen boden een oplossing.
Bovenal zaten we met de rug tegen de muur, vermits we geconfronteerd werden met een door faalangst en depressiviteit beladen zoon.

We zetten de stap

De eerste weken waren een regelrechte hel. Elke week psychologische begeleiding via het team van Professor Kieboom, gekoppeld met al het nieuwe hielden ons in de ban. Meester Steven had de achterstand die Jente op de andere school had , snel weggewerkt. Inderdaad , het niveauverschil is enorm met de vorige School. Cijfers waren goed. Enkel schommelingen van zijn gemoedstoestand bleef een probleem. Juf Lutgard en Meester Steven deden nochtans hun uiterste best. Directeur Verstappen stond dagelijks aan de ingang en overschouwde alles en wist telkens de juiste analyse te brengen.

Voor de Kerst

De psychologe wist ons te vertellen dat Jente eerst emotioneel terug door de tunnel moest en net voor Kerst was het zover. Dagelijks huilbuien aan de schoolpoort. Dikwijls geprobeerd om te verdoezelen , maar dit ontsnapte niet aan de blik van de Directeur.
Deze zette het noodplan in. Hij doorzag dat wij als ouders teneinde raad waren.

Alarmfase

Dezelfde dag nog werd alle hens aan dek geroepen. Meesters André en Steven , Juf Lutgarde , Directeur Verstappen , Psychologe Tinne en Tessa Kieboom waren allen verzameld in de school.
Na een voorzet van Juf Lutgard , die Jente volgde via de Kangoeroeklas, werd geopperd: Waarom niet overschakelen naar 6 ...
Dit was slikken. Het intellect van onze zoon was bekend , maar dit vroeg een buitengewone inspanning van de school. Onze vraagtekens werden onmiddellijk weggeveegd door de directeur met de woorden : daar staan wij voor, wij zijn een school waar zorg centraal staat....

Meester André een speciaal geval

De laatste die zijn fiat moest geven was Meester André. Deze krachtpatser in motivatie veegde onmiddellijk de daad bij het woord.
Ik ken Jente , wij zijn "moaten", wij spreken veel op de speelplaats. Laat hem maar starten 2 januari in 6 …

Het Sprookje begon

Lieve schoolkameraadjes gekoppeld aan de jarenlange opgebouwde kennis om de gevoelige snaren te bespelen bij de kinderen, veranderden Jente in een opengebloeid kind , die wij kende vanuit zijn kleutertijd. Dagelijks kregen we het relaas van een kind dat gefascineerd werd door de leerstof die hij toegereikt kreeg. De zachtheid van de schoolkameraadjes deden de rest. Inderdaad, het mag gezegd worden, in 't stad wordt alles veel harder gespeeld.

The End

Wij zijn nu aan het einde van de trip naar Haasdonk. Onze zoon haalde 85 % op de OVSG eindtoetsen en is klaar voor de volgende stap. I.p.v. 2 jaar Haasdonk is het spijtig genoeg 1 jaar geworden. Ik wou het kort houden, maar dit is uiteindelijk een epistel geworden.
Toch heb ik dit neergeschreven voor ouders die ook geconfronteerd worden met deze problematiek.

Zeppelin-team,
Wij kunnen jullie niet genoeg danken.
behouden vaart.

groeten van de familie Snoeck

zondag 15 juni 2008

Autisme - Nood aan structuur

Onlangs lazen wij een heel interessant artikel in verband met het opsporen van autisme bij kinderen. Wij willen dit artikel graag met u delen want soms zitten ouders toch met vragen i.v.m. deze problematiek. Hopelijk kan dit artikel al enkele antwoorden bieden.

Artikel "Nood aan structuur"

woensdag 28 mei 2008

Uitslag kangoeroewedstrijd 2008

Proficiat aan alle deelnemers!
De deelnemers werden beloond met een certificaat met zijn/haar persoonlijke score, een cirkelpuzzel, een special Zozitdat-Kangoeroe en een kortingsbon voor de tentoonstelling in Museum Boerhaave (Leiden).

Nog een speciale vermelding is er voor Joy Van Daele (4B) en Manon Demey (4B), die een diploma mochten ontvangen omdat zij bij de winnende leerlingen waren van alle Vlaamse scholen!


Mede door hun schitterende prestatie mocht onze school ook een apart SCHOOLDIPLOMA ontvangen!

Dank voor jullie inspanningen!
juf Lutgard
































zaterdag 10 mei 2008

Mag mijn kleuter een jaar overslaan?

Soms vragen ouders zich af of het voor hun kleuter niet beter zou zijn als hun kind een jaartje zou overslaan of overdoen. Peter Adriaenssens, de bekende kinder- en jeugdpsychiater, geeft in het volgende artikel alvast enkele tips mee om even bij stil te staan alvorens deze beslissing te nemen.

vrijdag 11 april 2008

Europese kangoeroe reken- en wiskundewedstrijd 2008

Op 11 april 2008 werd de Europese kangoeroewedstrijd gehouden in onze school. Voor de tweede graad (klas 3A, 3B, 4A en 4B) telden we 30 deelnemers. Voor de derde graad (Klas 5 en 6) namen er 32 leerlingen deel.

De kangoeroe reken- en wiskundewedstrijd is 's werelds grootste wedstrijd. Hij telt ongeveer 3,9 miljoen deelnemers in 33 Europese landen, waarvan 73 000 in Vlaanderen en in Nederland.

Voor het basisonderwijs Nederland-Vlaanderen zijn er 2 versies: wizzKID (klas 3 en 4) en wizzSMART (klas 5 en 6). Ze tellen 24 vragen en duren 50 minuten.
Het doel van de kangoeroewedstrijd is leerlingen om te laten gaan met min of meer nieuwe situaties, dus rekenproblemen die ze nog niet eerder gezien hebben. De deelnemers ervaren dat ze vaak "inzichtelijk" moeten te werk gaan om een duidelijk zicht te krijgen op de situatie.
Kangoeroe is een wedstrijd: daarom zitten er ook echt moeilijke puzzels bij (normaal op het eind).
Bij elke vraag kan een leerling kiezen uit 6 mogelijkheden (A-B-C-D-E en weet niet) en hij/zij moet hiervoor op een speciaal antwoordenblad de juiste hokjes zwart kleuren met potlood.

Elke deelnemer krijgt als aandenken een certificaat en een passend geschenkje. Wie bij de finalisten per categorie behoort, krijgt nog een extra geschenk. Voor meer informatie kan je terecht op de website www.math.ru.nl/kangoeroe.

EEN SPREEKUUR voor ouders met OPVOEDINGSVRAGEN

Door allerhande evoluties in maatschappij en gezin is opvoeden vandaag complexer geworden. Wetenschappelijke onderzoeken tonen dan ook aan dat alle ouders af en toe vragen hebben over de opvoeding van hun kinderen. Steun of antwoorden vinden kan er voor zorgen dat (grotere) spanningen uitblijven.

Sinds kort is er in Beveren een pedagogisch spreekuur waar ouders terecht kunnen met al hun vragen, twijfels en zorgen rond opvoeding.

Een ervaren opvoedingsdeskundige gaat er samen met de ouder(s) op zoek naar :

* de betekenis van het gedrag van het kind
* een concrete aanpak voor het gedrag van het kind
* een manier om de relatie met het kind te verbeteren
* ondersteuning voor de ouder in zijn/haar rol als opvoeder

Gesprekken zijn gratis en gebeuren na afspraak op het nummer 0494/53.45.81 .
Voor werkende ouders is er mogelijkheid om 's avonds een afspraak te maken. Het pedagogisch spreekuur is een initiatief van vzw de Keerkring, het eerste centrum voor opvoedingsondersteuning in Vlaanderen, en wordt gesteund door de gemeente Beveren.

Pedagogisch spreekuur
Kerkplein 1
9120 Beveren (Melsele)
0494/53.45.81 - vzwdekeerkring@telenet.be

donderdag 10 april 2008

Welkom

Welkom op de blog van het zorgteam van GBS De Zeppelin.